Poldertoren

Poldertoren
Poldertoren Poldertoren Poldertoren Poldertoren Poldertoren Poldertoren Poldertoren Poldertoren

Plaats: Emmeloord

Locatie: Deel 25

Maker: H. van Gent / J.H.W.C. Pot

materiaal: beton / baksteen

Jaar: 1957 - 1959


Beschrijving:

Midden op De Deel staat de Poldertoren, het denkbeeldige middelpunt van de Noordoostpolder. De plaats is zo gekozen dat de toren vanaf alle wegen naar Emmeloord direct in het oog springt. In de jaren dertig van de twintigste eeuw, nog voor de Noordoostpolder drooggevallen was, werd besloten dat op het centrale plein van Emmeloord een hoge toren zou komen te staan. Het mocht geen kerktoren zijn omdat geen van de kerken mocht domineren over de andere. Een monument, een centraal herkenningspunt, in het vlakke polderland moest het worden en een symbool van eenheid van de polder. Voor de watervoorziening van de polder was een watertoren nodig. Zo ontstond het idee om de watertoren ‘aan te kleden’ tot poldertoren. 

In december 1950 schreef de Waterleidingmaatschappij ‘Overijssel’ een openbare prijsvraag uit. De opdracht was een watertoren te ontwerpen met een carillon en een uitkijkplatform. Niet minder dan 514 architecten ontvingen een uitnodiging om hun kracht te beproeven op een unieke en uiterst moeilijke opgaaf. Op 15 juni 1951 sloot de inzendtermijn. maar liefst 170 architecten hadden een ontwerp ingezonden die door een jury, bestaande uit ir. G. Friedhoff, ir. J.C. Keller, ir. A.D. van Eck, ir. S. van Embden, architect A. Komter en secretaris S. Bakker, werden beoordeeld. Geen van de ontwerpen voldeed naar de mening van de jury aan de gegeven factoren zodat geen eerste prijs werd uitgereikt. Daarom werd aan de inzenders van de drie beste ontwerpen ieder een premie van ƒ 2000,- toegekend. De drie winnaars waren M.F. Duintjer met 'Rode Toren', H. Mieras en B. van Kasteel met 'Uilenspiegel' en H. van Gent met 'Motto Utilis'.

Over deze drie ontwerpen zei de jury onder meer: "Wat betreft het ontwerp 'Rode Toren' is de plaatsbepaling goed. De eenvoudige situering past bij dit ontwerp. De silhouetwerking van de toren is op korte afstand aantrekkelijk, doch de jury betwijfelt het of, uit de polder gezien, deze werking behouden blijft. De toren is logisch gebouwd; de verhoudingen zeer goed en gevoelig. De hoogte is evenwel 5 m te laag, terwijl bij verhoging de diameter in evenredigheid zou moeten worden vergroot om de optimale werking te verkrijgen".
"De plaatsing van het ontwerp 'Uilenspiegel' op het plein achtte de jury goed. De silhouetwerking op afstand zal tegenvallen. Het ontwerp is zeer goed doorwerkt en fraaie verhoudingen werden bereikt. De jury meent echter, dat de tand des tijds het bouwwerk nadelig zal beïnvloeden en dat zelfs een zorgvuldig en kostbaar onderhoudsplan deze invloed niet kan verhinderen".
"Het ontwerp 'Utilis' getuigt van stoerheid en eenvoud, de samenstellende delen zijn voldoende gekarakteriseerd, zonder dat daarvoor de eenheid van het geheel wordt aangetast. Het silhouet is eenvoudig en boeiend". "Bij kennisneming van de details en van de toelichting is evenwel ernstige twijfel gerezen of de ontwerper over voldoende bekwaamheid beschikt om de uitvoering van dit project een bevredigend eindresultaat te bereiken en in vorm de onderdelen te bepalen uit dezelfde geest waaruit de grondvorm van het geheel is voortgekomen. Zou de polderdirectie besluiten deze inzender te belasten met de uitvoering dan zou een bijzondere regeling moeten worden getroffen om te waarborgen, dat detaillering en materiaalbehandeling op het niveau komen van de algemene opzet". Bron: De Tijd, 29-12-1951.

Uiteindelijk werd ‘Motto Utilis’ (Latijn voor nuttig) van de Amsterdamse  architect H. van Gent aangewezen om verder uitgewerkt te worden. Voor de realisering van het ontwerp kreeg Van Gent hulp van architect J.W.H.C. (Joop) Pot (1909-1972) op wiens architectenbureau hij werkzaam was. Op 14 mei 1957 opende Waterleidingmaatschappij  ‘Overijssel’ de aanbesteding. De bouw startte op 12 juni 1957 en werd uitgevoerd door aannemingsmaatschappij Harm Fokkens. In augustus werd de fundering gestort en het hoogste punt werd in december 1958 bereikt. Na iets meer dan twee jaar kon de Poldertoren op 20 juni 1959 officieel in gebruik genomen worden door President - commisaris J. Haverkamp. Hij ontving de sleutel van de Poldertoren uit handen van 'bouwmeester' A.D. van Eck. Na het openen van de toren stelde de heer Haverkamp de pompen inwerking.

De Poldertoren is 65,30 m hoog en daarmee de hoogste watertoren van Nederland. De architectuur is kenmerkend voor de Delftse School, net zoals bij de omliggende bebouwing. De toren staat op een achthoekig grondplan met een doorsnede van 14,00 m en wordt naar boven toe 0,60 m smaller. Het metselwerk is uitgevoerd in geel-grijs genuanceerde waalsteen. De muren staan geheel los van de betonconstructie, waarin 624 ton cement en 185 ton wapenstaal verwerkt werd. Aan vijf van de acht zijden, de kant waar de regen op staat, zijn verticaal 7200 draineerbuisjes ingemetseld wat een snelle droging bewerkstelligt van het buiten metselwerk. Een en ander is bedoeld als remedie tegen het veelvuldig bij watertorens voorkomende euvel van vorstschade. De toren had oorspronkelijk 6 verdiepingen. Op de 3e t/m de 5e verdieping bevonden zich drie hoogtereservoirs van 425 m³. In de voet van de toren, onder de grond, was een laagtereservoir te vinden van 575 m³. Daarmee was de totale wateropslagcapaciteit 1850 m³. De gedachte dat de toren behalve geografisch ook in het leven van de polderbewoners centraal moest staan, kreeg in het bouwplan gestalte in een platform boven het hoogste waterreservoir. In de uitgespaarde ruimte tussen de reservoirs voerde een trap met 243 treden omhoog naar de zesde verdieping die gevormd wordt door een opengewerkte lantaarn met daarin het uitkijkplatform. Het platform, dat op 43,40 m hoogte ligt en een doorsnede heeft van 13,40 m, is ook met een lift te bereiken. De poldertoren is voorzien van een met koperen platen bekleed piramidedak dat rust op een houten dakconstructie en wordt bekroond met een 5 m hoge vergulde windwijzer. Het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder (voorloper van de gemeente Noordoostpolder) heeft het uurwerk, met een diameter van 5,40 m, beschikbaar gesteld. Op vier zijden van de toren is een wijzerplaat aangebracht waarvan de cijfers en wijzers verguld zijn. Het uurwerk is verbonden met de wereldatoomklok in Zürich.

In de lantaarn hangt het destijds grootste klokkenspel van Nederland. Daaronder, op het uitkijk platform, is in een glazen kooi het klavier geplaatst dat verbonden is met de klepels. A.D. van Eck, hoofd van de bouwkundige afdeling van de toenmalige Directie Wieringermeer afd. Noordoostpolderwerken, heeft zich sterk gemaakt voor de tot standkoming van het poldercarillon dat een geschenk was aan de Nederlandse regering van hen, die er wonen en hen, die daaraan bouwden. De beiaard, waarvan op dinsdag 10 maart 1959 de eerste 17 klokken geplaatst werden, kostte destijds ƒ 115.000,-, Daaraan droeg de polderbevolking ƒ 45.000,- bij, Waterleidingmaatschappij ‘Overijssel’ ƒ 35.000,-, de gezamenlijke aannemers in de Noordoostpolderƒ 25.000,- en de NV IJsselcentrale ƒ 10.000,-. De 48 klokken zijn in de jaren 1958/59 door klokkengieterij Eijsbouts in het Brabantse Asten gegoten. De inscripites verwijzen naar eenheid. Eén klok werd vernoemd naar ir. Cornelis Lely, de geestelijk vader van het Zuiderzeeproject. De inscriptie op de klok luidt: Fait ce que dois, advienne que pourra (doe wat moet, wat er ook gebeure moge). De klok met de inscriptie Facta non verba (Geen woorden, maar daden) is vernoemd naar de heer A.D. van Eck. De namen van 11 klokken verwijzen naar Emmeloord en de omringende dorpen, die elk een grote klok schonken. De klok 'De Vrede' draagt de inscriptie: Post Secundum Anno Tertium Decimo (In het dertiende jaar na de Tweede Wereldoorlog). De grootste klok, de Juliana Regina, weegt 2382 kg, heeft een doorsnede van 1,56 m en doet tevens dienst als luidklok. Op 20 juli 1959 werden de Poldertoren en het carillon officieel overgedragen aan de toenmalig minister van Verkeer en Waterstaat, drs. H.A. Korthals. Op deze dag werd tevens het einde van het kolonisatietijdperk gevierd.

Na 1970 werden watertorens minder belangrijk, omdat vanaf die tijd elektrische pompen gingen zorgen voor de druk op het waterleidingnet. De Poldertoren doet tegenwoordig geen dienst meer als watertoren. De gemeente Noordoostpolder heeft de toren in 2005 voor € 150.000,- overgenomen van waterleidingbedrijf Vitens. In 2008 - 2009 is de Poldertoren voor € 2600.000,- opgeknapt en herontwikkeld tot cultureel- en toeristisch recreatief informatie- en bezoekerscentrum. Bij de verbouwing voor de nieuwe bestemming moest voldoende vloeroppervlak worden gecreëerd, maar ook moest meer daglicht worden toegelaten. Daarvoor zijn in de onder- en bovenbouw extra vloeren gemaakt. Op plekken met te weinig daglicht werden de functies ondergebracht die geen daglicht nodig hebben, zoals installaties. De bestaande verdiepinghoogte is gehalveerd van 8 m naar 4 m, zodat het aantal verdiepingen werd verdubbeld. Omdat de meeste ramen in het bovenste deel zitten, ter hoogte van de voormalige reservoirs, was daar het restaurant gemaakt. De waterreservoirs zijn gehandhaafd, maar om voldoende licht in de betonnen cilinders te krijgen zijn grote gaten in de schil hiervan aangebracht. Op 20 juni 2009, exact 50 jaar na de officiele opening van de watertoren in 1959, was de feestelijke heropening. Maar na de renovatie was de Poldertoren, zo lek als een mandje. Ondanks 7200 draineerbuisjes blijft hemelwater door de muren naar binnen sijpelen. Het vochtprobleem bleek structureel. In 2013 vertrokken alle huurders uit de Poldertoren, die sindsdien leeg staat.

Op 18 maart 2013 kondigde Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker de nominatie aan voor nieuwe rijksmonumenten. De Poldertoren is één van de 89 bouwwerken uit de wederopbouwperiode die geselecteerd zijn om rijksmonument te worden. Op 13 oktober 2014 maakte de minister bekend dat de Poldertoren door het Rijk is aangewezen als Rijksmonument. De voormalige watertoren is daarmee door zijn cultuurhistorische waarde en schoonheid van nationaal belang geworden. Rijksmonumenten vallen onder de Monumentenwet, wat inhoud dat het gebouw niet gesloopt, verstoord, verplaatst of gewijzigd mag worden zonder dat de overheid daar een vergunning voor heeft verleend.

Ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de droogvalling van de Noordoostpolder kreeg de Poldertoren in 1992 een figurenomloop die op 9 september in werking werd gesteld.

Bron: 'Torens. Hoogtepunten in de Lage landen' en cultureelerfgoed.nl

Laatste Update woensdag, 04 oktober 2017