Schokbeton- of montageschuren
Plaats:
Locatie:
Maker: Directie Wieringermeer
materiaal: beton
Jaar: 1949 - 1958
Beschrijving:
Na de oorlog werd al snel duidelijk dat men met de traditionele bouwwijze onmogelijk het enorme bouwprogramma voor de Noordoostpolder kon halen. Gedwongen door de omstandigheden van de wederopbouw werd besloten voor de grotere bedrijven over te gaan op een montagebouw-systeem. Via de Marshallhulp kwam Nederland na de Tweede Wereldoorlog in contact met de Amerikaanse bouwwijze. Hieraan ontleende men het idee in de Noordoostpolder ook schuren uit prefab-elementen te gaan bouwen. De muren die bestaan uit betonelementen, zijn in de fabriek van de N.V. Schokbeton te Kampen gemaakt. De dakconstructie wordt vervaardigd bij N.V. Nemaho in Doetinchem. De schuren werden op de bouwlocatie in drie dagen in elkaar gezet. De totale bouwtijd bedroeg negen weken.
De betonnen wandelementen bestaan uit betrekkelijk dunne platen met versterkings- of schokbetonribben. De zadelkap rust op spanten en is met rietmatten geïsoleerd. Op het dak liggen traditionele rode dakpannen waaraan de landbouwbedrijven te herkennen zijn.
De grootte en plattegrond van de schuur variëren van bedrijfsomvang en bedrijfstype en zijn in drie series gebouwd. De eerste serie schuren is gebouwd in de periode1949 - 1950. De versterkingsribben werden naar binnen gekeerd. De schuur heeft rechthoekige staande ruiten. Vierentwintig van deze schuren zijn gemetseld. De minister van Verkeer en Waterstaat wilde de kosten van het prefab-systeem vergelijken met de traditionele bouwwijze. De traditioneel gebouwde schuren hadden een aanzienlijk langere bouwtijd (3 maanden) en bleken gemiddeld 5% duurder te zijn. Bovendien was het tekort aan bekwame metselaars en bakstenen na de tweede Wereldoorlog een groot probleem.
Bij de tweede en derde serie zijn de versterkingsribben naar buiten gekeerd. De wijziging kwam voort uit praktische overwegingen. Door deze wijziging won de gevel ook aan plastische uitstraling. De tweede serie is gebouwd vanaf 1951 en de ruiten van dit type zijn vierkant met glasroeden. Van1954 - 1958 kwam de derde serie in productie. Deze serie heeft kleinere vierkanten ramen. Tevens zijn ze te herkennen aan een houten topgevel. In deze topgevel zit een dubbele deur.
Voor de pachters zijn vrijstaande woningen op het erf gebouwd. Hoewel deze woningen hogere bouwkosten met zich meebrachten wogen de voordelen hier meer tegen op. Zowel de schuur als het huis zijn van alle kanten bereikbaar. In de woning is minder overlast van stank en stof. Verder is er meer vrijheid om het terrein in te delen. Om de kosten zoveel mogelijk te drukken zijn de verschillende woningen wel in series gebouwd. Bijna alle pachterswoningen zijn op traditionele wijze gebouwd en hebben een, met rode dakpannen gedekt, zadeldak. Daardoor zijn deze woningen in het landschap goed te onderscheiden van tuinders- en fruittelerswoningen. Deze woningen zijn met grijze pannen gedekt.




