Landarbeiderswoningen

Landarbeiderswoningen
Landarbeiderswoningen Landarbeiderswoningen Landarbeiderswoningen Landarbeiderswoningen

Plaats: Noordoostpolder

Locatie:

Maker: Directie Wieringermeer

materiaal: baksteen / dakpannen

Jaar: vanaf 1946


Beschrijving:

Omdat de Noordoostpolder een agrarische gemeenschap zou worden, vormden de landarbeiders een grote groep waarvoor woningen gebouwd moesten worden. Maar de ontwikkelaars van de polder droegen een vooroorlogs stempel en konden of wilden niet wennen aan het idee dat gewoon werkvolk weleens naast leden van de middenklasse zou gaan wonen. Een tussenoplossing werd gevonden, een compromis. Woningen voor landarbeiders werden, behalve in de dorpen ook gebouwd in de directe nabijheid van de boerderijen. Het verschil tussen (land)arbeiderswoningen en middenklassewoningen is met name de grootte. De woningen voor arbeiders werden eenlaags gebouwd, terwijl woningen voor middenstanders en notabelen twee woonlagen kregen. 

In 1947 werden er al 104 woningen gebouwd om het aantrekken van landarberiders te vergemakkelijken. De Directie Wieringermeer had na onderzoek berekend dat voor landbouwbedrijven de vestiging van één eerste landarbeider per 25 ha nodig was. Daarboven werden in de dorpen per 100 landbouwbedrijven van 15 ha en groter 50 woningen gebouwd voor de vestiging van andere arbeiders en 1 woning per tuinbouwbedrijf.  In totaal betekende dit dat er gelegenheid werd gegeven voor de vestiging van 1065 eerste arbeiders, 635 andere landarbeiders en 230 arbeiders op tuinbouwbedrijven. 

De grote landbouwbedrijven waren bij de opzet van de Noordoostpolder verder van de dorpen gesitueerd. Daarom diende zoveel mogelijk eerste arbeiders en vaste arbeiders met hun gezinnen in de nabijheid van de boerenerven gehuisvest te worden. Vrije vestiging was in de Noordoostpolder onmogelijk. Iedereen die in de nieuwe polder wilden werken werd door Domeinbeheer geselecteerd. De aanmeldingsprocedure voor de eerste arbeider verliep echter afwijkend. Deze werd door de pachter die hen in dienst nam bij de Directie Wieringermeer afd. Noordoostpolderwerken voorgedragen. Daarnaast moesten zij ook door Domeinbeheer goed worden bevonden maar het gebeurde zelden dat deze een kandidaat afwees.

De landarbeiderswoningen werden in blokjes van twee, drie of vier onder-een-kap op korte afstand gebouwd van landbouwbedrijven van 24 ha of meer en hadden ook het huisnummer, aangevuld met een letter, van de boerderij waarvan ze deel uitmaakten. De landarbeiderswoningen werden door de Directie Wieringermeer afd. Noordoostpolderwerken aan de boeren verhuurd, en niet aan de arbeiders. Liep een arbeidscontract ten einde, dan betekende dit ook dat de landarbeider moest verhuizen. In 1957 besloot De Directie de dienstwoningen direct aan de hoofdbewoner te verhuren.

In het algemeen bevinden de woningen zich evenwijdig en vrijwel altijd aan de noordzijde van de weg. Vanwege de bezonning hebben de woningen een diepe voortuin aan de wegzijde, die als moestuin gebruikt werd. Om vanaf de weg een nette indruk te maken, werden de voortuinen door de Directie Wieringermeer afgezet met hagen. De ondiepe achtertuin werd begrensd door een erfsingel. De huizen zijn opgetrokken in de traditionalistische stijl van de Delftse School. In de vormgeving werd gestreefd naar grote eenheid van vorm en materiaal, rust en sobere eenvoud. Dit vonden de architecten van de Directie Wieringermeer karakteristiek voor het platteland. De woningen bestaan alle uit één bouwlaag met een doorlopend zadeldak. In de polder zijn 10 verschillende typen landarbeiderswoningen te onderscheiden. Eén type had een aangebouwd schuurtje. De rest niet. Een tweede type onderscheidt zich door een voordeur met portiek en een woonkamerraam dat hier een hoekraam is. Plat of schuin aangekapte dakkapellen komen veelvuldig voor. In de Noordoostpolder zijn meer dan 1000 arbeiderswoningen langs de buitenwegen gebouwd. De veranderende verhouding binnen het boerenbedrijf en de opkomst van de auto bracht verandering in de huisvesting van de landarbeiders. Deze trokken steeds meer naar de dorpen en Emmeloord. De Noordoostpolder was het laatste gebied in Nederland, waar bij de boerderijen nog woningen voor landarbeiders werden gebouwd. In het laatst ontgonnen (westelijk) deel van de polder komen geen landarbeiderswoningen meer voor bij boerderijen. 

Van de dubbele landarbeiderswoningen zijn er slecht enkele in de Noordoostpolder gebouwd. Uit puur economische overwegingen beslisten minister Piet Lieftinck van Financiën en de ministers van Wederopbouw en Volkshuisvesting in 1948 dat de typische twee-onder-een-kap woning voor landarbeiders, zoals die in de Wieringermeer nog wel was toegepast, in de Noordoostpolder niet meer gebouwd mocht worden, zodat er na die tijd alleen nog rijtjeswoningen opgericht zijn. De in 1949 in gebruik genomen dubbele arbeiderswoning aan de Zwartemeerweg 29 a /b staat op de gemeentelijke monumentenlijst. De dubbele woning is van cultuurhistorisch belang als een voor de Noordoostpolder kenmerkend type en als een bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van de Noordoostpolder in de periode van de wederopbouw. De dubbele woning is van architectuurhistorisch belang als een karakteristieke uitdrukking van de sobere wederopbouwarchitectuur in Nederland. De dubbele woning heeft tevens ensemblewaarde vanwege de samenhang met de nabijgelegen boerderij en als een klein, maar onmisbaar onderdeel van het “Gesamtkunstwerk” Noordoostpolder. Bron: Bijlage gemeentelijke monumenten Noordoostpolder.

Laatste Update zondag, 23 april 2017