Burcht van Kuinre

Burcht van Kuinre
Burcht van Kuinre Burcht van Kuinre Burcht van Kuinre

Plaats: Bant

Locatie: Kuinderbos

Maker:

materiaal: steen , aarde

Jaar: ca. 1165


Beschrijving:

Zo nu en dan haalden vissers stenen op in hun netten. Zij beweerden dat deze stenen van een verdwenen kasteel waren. Na het droogleggen van de Noordoostpolder in 1942 stuitten arbeiders hier op groepen palen die diep in de grond staken. Op enkele paalgroepen bevonden zich zware stenen. Dit waren resten van spaarbogen waarop een ringmuur was gebouwd. De resten van de fundering vormden een cirkel met een doorsnede van circa 30 meter. Na onderzoek bleek dat dit de fundamenten waren van een kasteel uit de vroege middeleeuwen te zijn, een 'mottekasteel', een ronde burcht op een kunstmatige heuvel met daar omheen een ringvormige gracht. Het Franse woord 'motte' betekent een heuvel gemaakt door mensen, dus als een kasteel of een toren op een heuvel gemaakt door mensen stond, noemden ze het een 'mottekasteel'.

Omstreeks 1165 werd door bisschop Godfried even ten zuiden van Kuinre een slot gebouwd dat moest dienen als bescherming tegen de Friezen. In deze burcht zetelden de Heren van Kuinre als vertegenwoordigers van de bisschop. In 1196 werd roofridder Hendrik de Crane (kraanvogel) door de graaf van Holland van de burcht verjaagd. De Bisschop van Utrecht bemiddelt tussen de beide heren en Hendrik krijgt in 1204 de burcht en omliggende landerijen terug. De Zuiderzee werd in die tijd druk bevaren en de Heren van Kuinre gebruikten de burcht als uitvalbasis voor hun rooftochten. En werden de schepen op de Zuiderzee niet beroofd, dan werden er wel belastingen geheven, wat ook een aardige duit in het laatje bracht.

De dorpen rond de Zuiderzee overstroomden regelmatig. In oktober 1406 wordt Kuinre door één van de grootste overstromingen getroffen. Daarbij komt het dochtertje van de heer van Kuinre om het leven. De Heer van Kuinre kon zijn verdriet niet verwerken. Hij meende zijn dochter na haar dood nog op het landgoed waar te nemen. Daaraan heeft het landgoed zijn naam "Luttelgeest" (kleine geest) te danken. In 1407 verkoopt de Heer van Kuinre de burcht aan de Bisschop van Utrecht. Rond 1530 wordt de burcht gesloopt. De funderingen van de burcht zijn nu boven op de vernieuwde burchtheuvel nagebouwd. Hierdoor krijg je als bezoeker een beeld van de ondergrondse archeologische restanten. De slotgracht ligt op de originele plaats en diepte. De Burcht van Kuinre is een archeologisch monument.

Meer landinwaarts, op veiliger grond, liet de heer van Kuinre in 1420 een nieuwe burcht bouwen. Deze burcht had eveneens een doorsnede van ca. 30 m. en was omgeven door een dubbele slotgracht. Ook hiervan zijn resten gevonden. De plek van de tweede burcht is niet in het landschap gemarkeerd.

Laaste Update donderdag, 17 juni 2010