Verlosserkerk

Verlosserkerk

Plaats: Marknesse

Locatie: Sluis 1-5

Architect: F.B. Jantzen

materiaal: ijsselsteen, dakpannen, glas

Jaar: 1955


Beschrijving:

De Verlosserkerk in Marknesse is in 1955 gebouwd door aannemer K. Ooms uit Ens naar een ontwerp van architect Ferdinand Jantzen. Het kerkgebouw van de hervormde gemeente ligt excentrisch en sluit de Breestraat aan de zuidkant af. Het is een traditionalistische, in een aan de Delftse school verwante bouwstijl, opgetrokken zaalkerk met aangebouwd vergaderlokaal. Het kerkgebouw is smal en hoog, De kerk staat op een rechthoekig grondplan onder een met grijsblauwe pannen gedekt zadeldak. De kerkzaal heeft een ziende kap, een kap waarbij de dakconstructie vanuit de eronder liggende gebruiksruimte zichtbaar is. Het aangebouwde ingangsportaal heeft eveneens een zadeldak met pannen. De gevels zijn opgetrokken van ijsselsteen, een klein soort gele baksteen die sinds de 15e eeuw in steenfabrieken langs de rivier de IJssel geproduceerd worden van klei uit de uiterwaarden.

In de voorgevel zit een roosvenster van atelier G. Schoneveld waarin een tweetal symbolen verwerkt zijn. Je herkent de plattegrond van de Noordoostpolder waarin de verbindingen tussen de verschillende kleuren gebrandschilderd glas-in-lood ongeveer de dorpen aanwijzen. Hierdoor verweven is het kerkelijk zegel van de Hervormde gemeente Noordoostpolder zichtbaar, namelijk een kandelaar met zeven sterren, voorstellende de zeven gemeenten in de polder. Het kerkelijk zegel is ontworpen door de heer Heeuwkens, die opzichter was van de afdeling schilderwerken bij de Directie Wieringermeer. In de Openbaring van Johannes wordt de kerk van God voorgesteld als een kandelaar. De kandelaar die licht moet geven in de Wereld. Zeven is het getal van de volmaaktheid. Ten tijden van het ontwerp van het kerkelijk zegel ging men er nog van uit dat Emmeloord omringd zou worden door 6 dorpen, inclusief Kuinre. In 1946 is besloten om het aantal dorpen van vijf uit te breiden tot tien. 

De langwerpige glas-in-loodramen in de kerkzaal zijn ontworpen door architect Frantzen. In de smalle hoge ramen in het liturgisch centrum zijn doop en avondmaal weergegeven. Ook anderzijds treffen we in het liturgisch centrum een zeer verantwoorde symboliek aan. Via het doopvont nadert men de avondmaalstafel. De kansel staat op één lijn met de avondmaalstafel en is niet tegen de zijmuur geplaatst. De zes grote ramen in de zijgevel van de kerkzaal verbeelden de oude Zuiderzee met een vissersboot, het oude kerkje op Schokland en het opkomende graan in de Noordoostpolder. De laatste vier ramen tonen de symbolen van de 4 evangelisten. Matteüs wordt afgebeeld als engel, Markus als gevleugelde leeuw, Lukas als gevleugeld rund en Johannes als gevleugelde adelaar. De herkomst van die vier wezens gaat terug op oude oosterse mythen waarin zij fungeren als bewakers van de vier zuilen waarop de wereld is gegrondvest.

In het midden van de mahonie houten gesloten balustrade van het balkon is een houtsnijwerk aangebracht, uitgevoerd door uitvoerder W. De Graaf uit Emmeloord. Het kunstwerk stelt de christelijke barmhartigheid voor in de vorm van het symbool van een pelikaan die zijn jongen voedt met zijn bloed. Met dit houtsnijwerk had De Graaf op de tentoonstelling Vaardige handen een eerste prijs gewonnen.

De overheid subsidieerde de 21 meter hoge vierkante, half-ingebouwde kerktoren met balustrade en opengewerkte achtzijdige lantaarn. Bovenop de torenspits staat een zeilschip als windwijzer. In de oostgevel bevindt zich een zandstenen reliëf van het Lam met kruisbanier.

Architect

Ferdinand Bernardus Jantzen werd op 29 juni 1895 in Amsterdam geboren. Hij volgde de in zijn tijd gebruikelijke combinatie van een opleiding met praktijkwerk op architectenbureaus. Na een vooropleiding op de ambachtsschool Concordia Internos in Amsterdam volgde hij avondonderwijs aan de Teekenschool voor Kunstambachten en de Hendrick de Keyserschool. Als opzichter en tekenaar op de architectenbureaus van Posthumus-Meyes en Ed. Cuypers begon F.B. Frantzen zijn loopbaan. Op de bureaus van H.A.J. en Jan Baanders en A.D.N. van Gendt was hij werkzaam als adjunct-architect. In 1922, twee jaar nadat hij afstudeerde aan de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam, besloot hij als zelfstandig architect aan de slag te gaan

Ferdinand Jantzen ontwierp het kerkelijk dienstgebouw Pniël aan de Marnixstraat 81-83 (1922) en woningen en winkels op de hoek Amstelveenseweg-Kalfjeslaan (1930). Hij ontwierp meerdere kerken, waaronder in Amsterdam de kerk Westerwijk met bovenliggende woningen aan de Admiraal de Ruyterweg (1926), de Jeruzalemkerk aan het Jan Mayenplein (1929), de Maarten Lutherkerk in de Dintelstraat en de Augustanakerk (1957). Jantzen was de zoon van een opzichter bij één van de diaconale stichtingen in Amsterdam en bij het ontwerpen van kerken maakte de architect veelvuldig gebruik van bijbelse symboliek. Buiten Amsterdam ontwierp hij onder andere in Bussum de Evangelisch-Lutherse kerk aan de Mecklenburglaan (1937), in IJmuiden de Hervormde Goede Herderkerk aan de Velserduinweg (1934), in Oegstgeest de Hervormde Pauliskerk (1932) en in Marknesse de Hervormde Verlosserkerk (1946). Als restauratiearchitect was Jantzen verantwoordelijk voor de herbouw van de door brand verwoeste kerk van Loenen (1948-1949). Ook herstelde hij in 1948 de door oorlogsschade getroffen kerken van Heusden en Vlijmen. In Amsterdam verzorgde hij in de oorlogsjaren een opmeting van de Westerkerk met het oog op een restauratie die pas veel later zou worden gerealiseerd. 

Zijn oeuvre van vóór 1940 wordt gekenmerkt door een persoonlijke interpretatie van het idioom van de Amsterdamse School, geïnspireerd op het expressionistisch kubisme van Frank Lloyd Wright. In de wederopbouwperiode werd zijn vormgeving sober en meer functioneel bepaald.

Ferdinand Bernardus Frantzen overleed op 25 augustus 1987 op 92-jarige leeftijd in Ede.

Bron: Het Cuypersbulletin Jaargang 21 Nummer 2, 2016: 'Maarten Lutherkerk te Amsterdam Gemeentelijk Monument' door Guido Hoogewoud 

Laatste Update dinsdag, 11 april 2017